vrijdag 11 juni 2010

BASIS: Mijn vaststellingen, leerwensen, actieplannen en leereffect binnen de bestaansdimensies

Mijn leerwensen, actieplannen en mijn leerresultaat gekoppeld aan leerplandoelen.

5.1 Mijn explorerende grondhouding.

Ik stel vast:
Dat ik een gevoelsmens ben die hierbij alles inzet van exploreren.
Ik pas veel exploratie toe bij de dingen die mij interesseren zoals mensen, dieren, sociaal contact etc.
Materialen die mijn minder interesseren zijn echt voorwerpen en bepaalde onderwerpen (vooral technische en naar ruimte toe gedeeltelijk), hier exploreer ik dan ook niet mee of zet ik zo geen houding in.
Deze dingen exploreer ik dan ook minder uitgebreid of zelfs niet goed als ik het hierover heb met mijn leerlingen.
Ik stel ook minder leervragen over deze dingen.
Zelden gebruik ik hulpmaterialen om dingen te exploreren.

Mijn concrete leerwensen:
Ik ga mijn verschillende zintuigen actiever benutten bij materialen waar ik persoonlijk niet zo geïnteresseerd in ben (wat niks te maken heeft met gevoelens).
Ik ga leervragen zoeken bij verschillende onderwerpen die over voorwerpen gaan.
Ik ga gebruik maken van hulpmaterialen bij het onderzoeken van voorwerpen om deze grondig te exploreren.
Materialen grondig exploreren door al mijn zintuigen hierop in te zetten.

Actieplan:
Ik ga eens kijken welke materialen/onderwerpen de lln interesseren en ga hier mijn zintuigen voor gebruiken om deze te exploreren. Dit opzoeken ga ik doen door aan de lln van mijn klas te vragen waarover ze graag leren/wat hun interesses zijn etc.
Ik ga over deze dingen ook leervragen zoeken en hierop antwoorden zoeken adhv exploreren met mijn zintuigen, opzoekwerk in boeken/internet etc.
Ik ga ook het criteriablad van exploreren hierbij nemen, zodat ik echt een explorerende grondhouding inzet tijdens het onderzoeken van deze materialen/voorwerpen.

Mijn leerresultaat:

5.2 Mijn deskundigheid binnen de 9 bestaansdimensies.

5.2.1 Levensonderhoud

Ik stel vast:
Dat ik eigenlijk geen idee heb welke soorten milieuvriendelijke en minder milieuvriendelijke vormen van productie er bestaan.
Het nut en het belang van bepaalde collectieve voorzieningen weet ik niet.
Dat ikzelf niet het verschil tussen welzijn en welvaart ken.

Leerwens:
-Ik wil graag 3 voorbeelden kunnen geven van milieuvriendelijke en minder milieuvriendelijke vormen van productie, waarvan telkens minstens 1 ook voorkomt in Limburg.
-Ik wil graag het nut en belang van de belangrijkste collectieve voorzieningen weten in ons land.
-Het verschil weten tussen welzijn en welvaart en een voorbeeld hierbij kunnen geven.

Actieplan:
-Ik ga eerst gaan opzoeken wat milieuvriendelijke en minder milieuvriendelijke productie is.
Daarna ga ik kijken in welke vormen deze voorkomen om dan hierbij telkens 1 te kunnen opsommen die ook in Limburg plaatsvindt.
Over deze in Limburg ga ik dan ook verder exploreren en opzoeken wat deze dagelijks doen.
Indien deze bedrijven ooit meedoen aan “open bedrijvendag”, ga ik deze dan ook bezoeken.
-Ik ga opzoeken welke collectieve voorzieningen er hier in ons land zijn. Ik wil dan te weten komen wat deze doen voor de mensen. Ik ga opzoeken waarom het belangrijk zijn dat deze er zijn. Indien mogelijk wil ik ook iemand spreken die bij zo een voorziening werkt om hier meer informatie over te krijgen.
-Ik ga in een woordenboek, alsook op het internet de betekenis van beide woorden opzoeken. Nadien ga ik dan hierbij voorbeelden zoeken.

Leerplandoelen WO:
1.2 Er milieuvriendelijke en minder milieuvriendelijke vormen van productie zijn.
1.7 Het nut en het belang van collectieve voorzieningen kunnen illustreren met voorbeelden uit jouw leefwereld.
1.10 Beseffen dat er een onderscheid is tussen welzijn en welvaart.

Leerresultaat:

5.2.2 Zingeving

Ik stel vast:
Dat ik niet de verschillende gewoontes, vieringen (hoe en reden) en gebruiken ken uit de islam, boeddhisme, jodendom, christendom en protestantisme.

Leerwens:
Ik wil graag de belangrijkste verschillende gewoontes, vieringen (ook reden, wanneer en hoe) en gebruiken weten van de islam, boeddhisme, jodendom, christendom en protestantisme.

Actieplan:
Ik ga elke godsdienst onder de loep nemen en deze onderdelen hiervan opzoeken. Dit ga ik doen door hierover een boek te gaan ontlenen in de bib en internet op te zoeken.
Om te weten te komen hoe dit gevierd wordt en wat de belangrijkste gebruiken zijn volgens de mensen van deze godsdienst, ga ik mensen die tot deze godsdienst behoren hier vragen over stellen. Ik ga dus mensen opzoeken die hiertoe bereidt zijn dit te doen.
Nadien ga ik alle godsdiensten langs elkaar leggen en deze eens vergelijken onderling.
Ik ga ook de godsdienst vergelijken volgens hoe deze verkondigd is van gewoontes, gebruiken en dergelijk met hoe dit door de mensen in praktijk toegepast wordt.

Leerplandoelen WO:
2.2 Hoe mensen in hun dagelijks leven uitdrukking geven aan hun geloof o.a. door gewoonten, gebruiken, vieringen etc.

Mijn leerresultaat:

5.2.3 Muzische

Ik stel vast:
-Dat ik eigenlijk niet weet wat schoonheidsaspecten zijn, en kan hierdoor er dus ook geen uit mijn omgeving opsommen.
-Dat ik het moeilijk vind om woord, beweging, beeld, drama etc te combineren rond een thema of object.
-Ik niet echt een bepaalde eigen mening vorm over de kunstuitingen waar ik mee in aanraking kom.
-Dat ik niet een bepaalde kunstuiting aan een periode op de tijdsband kan plakken.
-Ik heb geen oog voor de verschillende technieken die gebruikt worden in de verschillende kunstuitingen.

Leerwens:
-Ik wil weten welke schoonheidsaspecten er bestaan en er hier 5 van opsommen.
-Verschillende mogelijkheden weet voor het combineren van woord, beweging, beeld en drama dat toegepast kan worden op eender welk thema of object.
-Leren mijn eigen mening te uiten over kunstuitingen waar ik mee in aanraking kom.
-Bij elke periode op de tijdsband een 2-tal bekende werken van schilderijen en beeldhouwwerken bij hun naam en kunstenaar kunnen opsommen.
-De belangrijkste tecknieken die gebruikt worden in de verschillende kunstuitingen kunnen herkennen en benoemen.

Actieplan:
-Ik ga in een woordenboek opzoeken wat schoonheidsaspecten zijn. Hierna ga ik 5 voorbeelden hiervan opzoeken adhv een boek uit de bib of internet.
-Ik ga eens in boeken rondom muzische thema’s in de mediatheek verschillende mogelijkheden opzoeken en hiervan een map samenstellen met de dingen die mij aanspreken en leuken lijken om te doen met de lln van mijn klas.
Dit opzoekingswerk ga ik ook eens doen adhv internet, aangezien hier ook veel leuke sites rond bestaan met tips.
-Van zodra ik in mijn dagelijks leven in aanraking kom met kunstuitingen, ga ik hierover een mening over uitschrijven (soort van reflectie).
Ik ben ook van plan eens naar een theaterstuk, museum voor beeldende kunst (zoals dat in Antwerpen en Gent) eens te gaan bezoeken en hierbij een reflectie neer te schrijven van de werken die mij zijn bijgebleven.
-Ik ga de tijdsband erbij nemen en dan hierbij 2 bekende schilderijen alsook beeldhouwwerken bij elke periode plaatsen. Hiervoor ga ik naar de bibliotheek gaan en werken opzoeken.
-Om te weten te komen welke de belangrijkste technieken gebruikt worden bij de verschillende kunstuitingen, ga ik elke kunstuiting gaan onderzoeken. Ik ga kijken welke technieken hierbij gebruikt worden om dan te gaan vergelijken onderling tussen meerdere van dezelfde kunstuitingen, welke het meeste voorkomen.
Ik ga hiervoor ook naar een museum gaan om deze te vergelijken en ook om te vragen aan gidsen die daar aanwezig zijn welke de meest gebruikte technieken zijn en de juiste benaming hiervoor. Nadien ga ik dan onderzoeken hoe deze technieken zijn opgemaakt/ontstaan. Dit ga ik doen door deze techniek te gaan uitzoeken in de bib en op internet. Nadien ga ik deze ook uitproberen en kijken of dit haalbaar is ooit zelf in de klas te gebruiken.

Leerplandoelen wo:
3.3 Merken verschillende schoonheidsaspecten op in hun omgeving.
3.4 Combineren van woord, beweging, beeld, drama, muziek … om de ervaringen rond een thema of project naar anderen te communiceren.
3.5 Vormen van een eigen mening over allerlei kunstuitingen waarmee je in contact komt.
3.6 Oog hebben voor technieken en materialen die gebruikt worden in kunstwerken zoals muziekstukken, schilderijen, gedichten …
Ervaren, vaststellen en uiten dat kunst vaak een uiting is van wat er in een bepaalde periode of gemeenschap leeft.

Leerresultaten:

5.2.4 Medemens

Ik stel vast:
Dat ik het moeilijk heb met constructief kritisch te zijn.

Leerwens:
Ik wil constructief kristisch zijn naar mijn lln toe, maar ook naar mijn kinderen toe en andere medemensen waarmee ik in aanraking kom in het dagelijkse leven.

Actieplan:
Ik ga mij eerst verdiepen in hoe leren constructief te zijn. Dit ga ik doen door mij te gaan verdiepen in psychologische boeken, door deze uit de bib te gaan lenen. Nadien ga ik ook pedagogische boeken erbij nemen hoe ik dit kan toepassen in de klas, maar ook naar kinderen toe.
Eenmaal als ik mij in deze dingen verdiept heb, ga ik deze proberen toe te passen in mijn dagelijkse leven.

Leerplandoelen wo:
4.13 Constructief kritisch kunnen zijn.

Leerresultaten:


5.2.5 Samenleving

Ik stel vast:
Dat ik eigenlijk geen goed idee heb hoe het bestuur van ons land ineensteekt. Ik weet ook niet wat de taakverdeling hierin is.

Leerwens:
Ik wil de verschillende besturen in ons land kunnen opsommen en hierbij hun functie/taakverdeling weten.

Actieplan:
Als er een opendeurdag is bij de EU in Brussel dan ga ik hier eens naar toe om meer info hierover in te winnen.
Ik ga ook informatie gaan opzoeken op het internet over de verschillende besturen in ons land en hun functie’s.
Ook ga ik mij eens bevragen bij het provinciebestuur of zij mij meer info hieromtrent kunnen geven. De verschillende bevindingen die ik dan heb, ga ik samenvoegen om zo dan een schema te krijgen van de verschillende besturen alsook de verschillende taken van elk.

Leerplandoelen wo:
5.12 Vaststellen dat er in het bestuur van ons land een taakverdeling is, die overeenkomt met verschillende graden van macht of gezag.
5.13 Weten dat Vlaanderen, België en de EU elk een eigen bestuur hebben waar beslissingen worden genomen.

Leerresultaten:


5.2.6 Techniek

Ik stel vast:
Dat ik weinig ervaar uit welke materialen en/of grondstoffen allerlei voorwerpen gemaakt zijn.
Ik weet ook niet welke distributiesystemen er hier in Limburg zijn die voor water, energie etc zorgen. Hoe deze werken is voor mij ook een raadsel.
En een eigen bewegende constructie heb ik nog nooit gemaakt, dus ook nog niet gebruik gemaakt van tandwielen hierbij.

Leerwens:
Ik wil de voorwerpen uit het dagelijkse leven waar we het meeste mee in aanraking komen, gaan exploreren. Ik wil ook te weten komen uit welke materialen/grondstoffen deze bestaan en waar deze vandaag komen.
Kunnen zeggen welke distributiesystemen er in Limburg zijn en hoe deze werken.
Zelf een bewegende constructie maken, met gebruik van tandwielen en eventueel met gebruik van batterijen.

Actieplan:
-Ik ga de voorwerpen waarmee we dagelijks mee in aanraking komen eens opsommen op een blaadje.
Dan ga ik al deze voorwerpen eens gaan onderzoeken en uittesten waaruit deze bestaan en de kenmerken hiervan.
Hierna ga ik mij verdiepen in dit soort van materiaal door hier meer informatie over te gaan opzoeken, ontstaan, waar vinden etc.
-Ik ga eens op de gemeente gaan navragen welke distributiesystemen in Limburg bestaan.
Hierna ga ik op het net info hieromtrent opzoeken.
Bij een opendeurdag van deze bedrijven, ga ik hier eens gaan kijken naar de werking van deze bedrijven.
Ik ga ook bij de bedrijven zelf info gaan inwinnen, om zo meer te weten te komen van hun werking.
-Ik ga eens in de bib gaan kijken naar technische constructies die bewegen, en informeren hoe deze gemaakt zijn.
Eens langsgaan bij technopolis om zo meer te weten te komen over techniek.
Op het net eens kijken of hier leuke dingen tussen staan om te creëren.
Een plan opstellen van welke constructie ik wil maken.
Mijn materiaal bijeen zoeken dat ik nodig heb voor het maken van mijn constructie.
Mijn constructie ineen steken, eventueel hulp inroepen van mijn vriend of zijn kameraad die electrische technieker is.

Leerplandoelen wo:
6.1 Ervaren en uiten uit welke materialen en/of grondstoffen allerlei voorwerpen gemaakt zijn.
6.7 Op eigen niveau kunnen uitleggen hoe een aantal distributiesystemen in jouw omgeving zorgen voor aanvoer van water, energie …
6.12 Bij het ontwerp van een bewegende constructie rekening houden met de grootte en de werking van tandwielen …

Leerresultaten:


5.2.7 Natuur

Ik stel vast:
-Dat ik niet de functie weet van lichaamsdelen bij planten alsook bij de mens. En deze lokaliseren kan ik ook niet zo goed.
-Ik weet niet hoe ik elementaire hulp moet verlenen.
-In mijn omgeving ken ik de levensgemeenschappen en biotopen niet bij naam, en zelf ken ik er ook niet zo veel.
-Ik heb in het verleden nog geen proeven gedaan rond luchtdruk, licht, geluid etc.
-Ik heb geen idee hoe de aarde is samengesteld.

Leerwens:
-Ik wil weten hoe ik elementaire hulp moet verlenen.
-Dat ik de lichaamsdelen bij verscheidene planten en het lichaam kunnen lokaliseren en hun hoofdfunctie kunnen opsommen.
-Ik kan de belangrijkste levensgemeenschappen en biotopen uit mijn directe omgeving opsommen, herkennen en kenmerken opsommen.
-Ik wil weten welke soorten proeven ik kan doen rond natuurkundige verschijnselen en deze ook uitvoeren adhv een stappenplan.
-Weten waaruit de aarde is samengesteld.

Actieplan:
-Ik ga een boek in de bib halen over elementaire hulpverlening.
Zelf wil ik ook eens meedoen aan een cursus EHBO van het Rode Kruis.
-In de bib ga ik boeken uitlenen over de lichaamsdelen en organen van planten en dieren.
Ik wil hier ook een leerkracht van mijn school over aanspreken om te horen welke het belangrijkste zijn om te weten als lkr.
Kijken of ik ergens een anatomie-pop op de kop kan tikken op het internet.
-Ik ga eens naar een kruidentuin gaan en mij laten begeleiden door een gids om meer te weten te komen over kruiden en planten.
Eens langsgaan bij een herborist om meer te weten te komen over planten en hun werking en benamingen.
Naar het arboretum in Bokrijk gaan om daar bomen te leren kennen.
Een eigen planten-,kruiden- en bomenklasseur maken.
-Een uitstap maken naar technopolis en Earth Explorer om proefjes te maken ivm de natuur.
Boeken uitlenen in de bieb over proefjes hieromtrent, alsook mij informeren op internet.
Vragen aan een van mijn leerkrachten welke soorten proefjes er zijn en welke de belangrijkste hieruit.

Leerplandoelen wo:
7.3 In jouw omgeving een aantal levensgemeenschappen of biotopen ontdekken.
7.6 Op eigen niveau de functie kunnen uitleggen van lichaamsdelen zoals wortel, stengel, bloem, zintuigen, spieren, huid, skelet.
Belangrijke organen die betrokken zijn bij levensprocessen van mensen kunnen lokaliseren, benoemen en hun functie op eenvoudige wijze kunnen verwoorden.
7.16 Elementaire hulp kunnen verlenen.
7.21 Eenvoudige proeven kunnen uitvoeren in verband met luchtdruk, licht, geluid, zwaartekracht, magnetisme, electriciteit …
Bij het opzetten van een experiment volgende stappen toepassen: vraag formuleren, voorspelling maken, proef plannen en uitvoeren …
7.23 Weten dat de aarde is samengesteld uit een korst, continenten en oceanen, met daarrond een atmosfeer en daarbinnen een taaie vloeibare kern.

Leerresultaten:


5.2.8 Tijd

Ik stel vast:
Dat ik niet weet waarom een aantal bijzondere gebouwen een historische waarde hebben.

Leerwens:
Ik wil graag te weten komen wat de historische waarde is van de belangrijkste gebouwen in België.

Actieplan:
Ik ga op het net eens kijken welke gebouwen een historische waarde hebben in België.
De 10 belangrijkste gebouwen wil ik eens gaan bezoeken en daar ter plaatse informatie opzoeken waarom deze zo belangrijk zijn. Ik wil dit doen adhv informatie die ik bij het gebouw zelf vind, maar ook adhv een gids.
Ik wil ook info hierover opzoeken adhv internet en boeken uit de bib over dat ene gebouw/plaats.

Leerplandoelen wo:
8.14 Weten waarom een aantal gebouwen en plaatsen waaronder kastelen, hoeven, burchten … historische waardes hebben.

Leerresultaten:


5.2.9 Ruimte

Ik stel vast:
Ik geen afdrukken/sporen kan herkennen en benoemen van waar deze komen.
Ik heb ook geen idee wat een gridsysteem is, dus weet ook niet hoe dit te hanteren.
En zelf ben ik heel zwak in het hanteren van een lijn – en breukschaal bij een kaart.

Leerwens:
Ik wil verschillende afdrukken/sporen kunnen herkennen en afkomst benoemen.
Graag wil ik de betekenis weten van een gridsysteem.
De volgende dingen wil ik vlot kunnen hanteren: gridsysteem, lijn – en breukschaal.

Actieplan:
Ik ga mij een sporenboek uit de bieb gaan raadplegen om zo sporen te leren herkennen.
Een boswandeling maken en op zoek gaan naar sporen, hier een foto en afmetingen van nemen en de afkomst hiervan opzoeken en benoemen.
Opzoeken wat een gridsysteem is op het internet en leren ontdekken hoe ik dit kan hanteren.
Op het internet oefeningen zoeken ivm lijn- en breukschalen leren toepassen.

Leerplandoelen wo:
9.9 Afdrukken, sporen kunnen herkennen.
Vertrouwde plaatsen en voorwerpen op een foto of afbeelding kunnen herkennen en benoemen.
Gebruik kunnen maken van het gridsysteem.
Een lijnschaal bij een kaart kunnen hanteren.
Een breukschaal bij een kaart kunnen hanteren.

Leerresultaat:


5.3 Praktijkervaringen

Over alle domeinen:

Ik stel vast:
Dat ik het vooral moeilijk heb met exploreren in een les, hoe ik dit kan doen zodat alle H’s aan bod komen en op zo een manier dat de lln hierbij een hoge betrokkenheid en welbevinden heeft (veel actief bezig zijn en waar zij ook zin in hebben).
Dat ik niet exploreer op het vlak van techniek en ruimte.

Mijn leerwens:
Ik wil te weten komen hoe ik kan exploreren in mijn les bij verscheidene onderwerpen, maar op zo een manier dat de betrokkenheid en welbevinden hoog is. Met exploreren heb ik het vooral op vlak van gebruik van handen, proeven en ruiken.
Meer gaan exploreren rond thema’s van techniek en ruimte.

Actieplan:
Boeken rondom didactiek van wo gaan uitpluizen en internet om zo tips hieromtrent op te doen.
Gaan uittesten in mijn klas hoe ik kan exploreren in mijn klas bij een bepaald onderwerp en wat de lln aanspreekt van exploratie.
De lln aanspreken om te vragen hoe ze een bepaald iets willen leren en ook kijken wat hun leervragen zijn, om van daaruit te kijken hoe ik hier explorerend antwoorden op kan vinden.
Zelf exploreren rondom de leervragen op voorhand om te kijken hoe ik explorerend antwoorden kan vinden hierop.
Mij gaan verdiepen in techniek en ruimte, en hier dan ook meer bij gaan exploreren en de 3 H’s gebruiken.

Mijn leereffect binnen de 3 H’s:

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen